‘Schoonheid van het verval met een eigentijdse invulling’ een interview met Christa Slootman

‘Schoonheid van het verval met een eigentijdse invulling’

Wie denkt dat vanitasstillevens alleen in de zeventiende eeuw werden geschilderd, heeft het bij het verkeerde eind. Jaap Snijder houdt zich vandaag de dag met dit genre bezig.

Door: Christa Slootman

“De gehele iconologie (emblemata) van de zeventiende-eeuwse schilderkunst fascineert mij, en het vanitasthema is hier een belangrijk onderdeel van.” Jaap Snijder (1966) raakte tijdens zijn studie Cultuurwetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, die hij in de jaren negentig naast zijn beroep als graficus volgde, in contact met dit schildergenre. Ook werd tijdens de studie zijn interesse gewekt in het schilderen. Deze belangstelling was zelfs zo groot, dat hij zijn studie afbrak en zichzelf leerde schilderen. “Vanaf het moment dat ik de achterliggende betekenis van onder andere de vanitasstillevens leerde kennen, ben ik mij verder gaan verdiepen in de schildertechnieken van de zeventiende eeuw.”

Eigen stijl
Omdat hij geen technische stillevens wilde maken zonder diepgang, ging Jaap Snijder dus vooral de uitdaging aan met het vanitasthema. “Mijn uitgangspunt is de ‘schoonheid van het verval met een eigentijdse invulling’. Veel hedendaagse stillevens zijn vaak letterlijke kopieën van een bepaald genre. Dat probeer ik te vermijden.” Hij doet dat onder andere door het vanitasthema te vertalen in de iconologie van vandaag de dag. Zijn schilderijen krijgen hierdoor een magisch-realistische stijl. Bovendien geeft hij, door het vermijden van standaardcomposities, een eigen draai aan zijn vanitasstillevens. “Er zijn populaire opstellingen, die al vanaf de zeventiende eeuw worden gebruikt, die ik probeer te vermijden. Een stilleven hoeft van mij ook niet een gefixeerde opstelling te zijn. Zo heb ik bijvoorbeeld een schilderij met vallend fruit, dat met een knipoog verwijst naar de ‘Helleval’.”

Nieuwe combinaties
Ook wat verbeelde voorwerpen en symboliek betreft, is de hedendaagse vanitasschilder anders dan zijn zeventiende-eeuwse collega’s. “De voorwerpen die ik in mijn schilderijen gebruik, zoals dode dieren, schelpen en glaswerk, kwamen in de vanitasstillevens van de zeventiende eeuw veel voor. Ik hanteer meestal de authentieke symboliek hiervan. Maar het gaat mij vooral om nieuwe combinaties, die in de zeventiende eeuw zelden werden gebruikt. Een voorbeeld daarvan is de combinatie op het schilderij ‘Aap met schedel’. De aap staat onder andere voor kortzichtigheid en de schedel is letterlijk de dood. De aap kijkt achteloos naar de toeschouwer alsof hij zich wil distantiëren van de schedel naast hem.”

Gedroogd vogeltje
De stillevens van Snijder kunnen, zoals de meeste vanitasschilderijen, op twee manieren worden opgevat. “Aan de ene kant als de negatieve, klassieke betekenis, maar mijn stillevens kunnen ook geïnterpreteerd worden als ‘Je leeft nu (nog)!’ Dus meer richting de positieve variant ‘Carpe Diem’.” Toch zijn veel van zijn werken gebaseerd op de minder positieve kant. “Niet als opgeheven vinger naar de maatschappij, maar vooral om negatieve gevoelens of ideeën letterlijk van mij af te schilderen. Daarin word ik geïnspireerd door wat mij dagelijks bezighoudt. Een paradox eigenlijk, om met een negatieve gedachte iets moois proberen te maken.” De manier waarop deze ‘Memento Mori’-variant terugkomt in zijn stillevens, verschilt volgens hem per schilderij.

Maar hij wil met zijn werken niet alleen positieve of negatieve gevoelens uitdrukken. Hij wil vooral laten zien dat vanitassymbolen eigenlijk heel mooie voorwerpen zijn. “Een van mijn eerste schilderijen was dat van een gedroogd vogeltje, dat ik van iemand kreeg. Ik moest even wennen aan het idee, maar naarmate het schilderij vorderde, werd het steeds boeiender. De botjes, de veertjes, de positie waarin het vogeltje was doodgegaan.”

Luguber
In zijn schilderijen creëert de schilder bovendien een spanningsveld tussen de voorwerpen, om zo in contact te komen met de kijker. Hij doet dat door te spelen met de samenstelling van de voorwerpen. “Het schilderij moet een puzzel worden waar iedereen een eigen mening over mag vormen. Bij mijn laatste expositie heb ik vijf schilderijen getoond met een minder subtiele aanpak. Ik koos een mensenschedel als centraal voorwerp. Veel mensen vonden het luguber en bekeken de schilderijen vanuit een negatief oogpunt.” De negatieve opvatting klopt echter vaak niet met de symboliek van de zeventiende eeuw. “Symbolisch gezien stond een schedel met bloemen toen gelijk aan de positieve gedachte dat de kunst de dood overwint. Vandaag wordt een dergelijk schilderij door veel mensen negatief gezien en mag het zeker niet in de huiskamer ‘boven de bank’ hangen.”

Ingetogen
Als hedendaagse vanitasschilder kijkt Jaap Snijder ook zeker naar schilders van de zeventiende eeuw. Tenminste, op het gebied van schildertechniek. “Er zijn zeker grote voorbeelden voor me, zoals Pieter Claesz of Jan Davidsz. de Heem. Ik kijk hoever zij wilden gaan in het detail. Teveel detail is namelijk ook niet mooi. De weergave moet een impressie blijven en geen foto worden. Daar ligt voor mij nog een lange weg te gaan.” Zijn schilderijen maakt hij op een houten ondergrond en hij gebruikt daarbij vijf basiskleuren. Vooral grijsgroene- en antiekblauwe tinten zijn een favoriet van hem, net als het gebruik van hoge contrasten. “De kleuren die ik gebruik zijn vrij donkere, ingetogen kleuren, die passen bij het thema. Daarbij komen de voorwerpen vaak beter naar voren, omdat er een hoog contrast mee kan worden bereikt.”

Kitsch en niet van deze tijd
Werden vanitasschilders vroeger gezien als goede schilders, omdat zij talloze moeilijk schilderbare voorwerpen levensecht en gedetailleerd konden weergeven, tegenwoordig ligt dat wel anders. “Deze vorm van kunst wordt over het algemeen gezien als kitsch en niet van deze tijd. Realistische schilderijen trekken wel aandacht door hun stijl en de mate van fijnheid waarmee ze geschilderd zijn, maar het valt mij op dat veel werken abstract of realistisch ‘sociaal verantwoord’ moeten zijn. Wat ik graag wil stimuleren, is dat men meer naar de symboliek of de achterliggende gedachte kijkt dan naar de techniek. Het spel wordt dan belangrijker dan bijvoorbeeld de geschilderde knikkers, iets wat bij mij verwijst naar de oude term ‘Homo Bulla’. Oftewel, de mens is gelijk aan een zeepbel.”

Weergaven: 121

HNKF heeft nu een besloten groep op Linkedin. Meld je aan!

© 2020   Gemaakt door hnkf.   Verzorgd door

Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden